De Belgische fiscus heeft, aansluitend op Europese rechtspraak, het standpunt gewijzigd met betrekking tot de btw-vrijstelling voor diensten die verband houden met de uitvoer (cf. artikel 41, § 1, 3° van het Belgische btw-wetboek / art. 146, § 1, e) van de EU btw-richtlijn). Hierover werd een circulaire gepubliceerd: Circulaire 2021/C/96 betreffende de btw-vrijstelling voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met een uitvoer van goederen. De FOD Financiën past deze Circulaire nog steeds niet toe en dus kan de vrijstelling nog zoals vroeger toegestaan worden.

 

Vanaf 1 september 2022 zou de voormelde btw-vrijstelling enkel nog van toepassing zijn op vervoerdiensten die worden gefactureerd in de relatie tussen de "dienstverrichter" en de "verzender" of "ontvanger" van de geëxporteerde goederen. Dit betekent dat onderaannemers geen vervoerdiensten meer kunnen factureren met toepassing van de voormelde vrijstelling! De dienst moet rechtstreeks voor de uitvoerder of de ontvanger van de goederen worden verricht, hieronder kan onder meer worden verstaan:

  • de verkoper of de koper van de uit te voeren goederen;
  • de eigenaar, de huurder of de ontlener van de uit te voeren goederen;
  • de maakloonwerker die goederen uitvoert buiten de Gemeenschap om ze een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing te laten ondergaan;
  • de persoon die goederen weder uitvoert buiten de Gemeenschap, welke hij op zicht, op proef of in consignatie had ontvangen;
  • de persoon die goederen weder uitvoert buiten de Gemeenschap, nadat ze door hem zijn hersteld, bewerkt, verwerkt of aangepast.

Andere Europese landen hebben recent gelijkaardige maatregelen genomen om aan te sluiten bij de Europese rechtspraak

Een concreet voorbeeld
Een Belgische belastingplichtige A heeft goederen verkocht aan een in China gevestigde belastingplichtige B. Voor het vervoer van de goederen vanuit België naar de vestiging van B in China, doet A een beroep op een in België gevestigde vervoeronderneming X. Deze laatste geeft het vervoer van de goederen op zijn beurt in onderaanneming aan de in België gevestigde vervoeronderneming Y. 

De vervoerdienst die X voor A verricht, vindt in België plaats (artikel 21, § 2, van het btw-Wetboek) en is er aan de btw onderworpen (artikel 2, eerste lid, van het btw-Wetboek). Deze dienst wordt echter van de belasting vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het btw-Wetboek. De vervoerdienst die Y voor X verricht, vindt in België plaats (artikel 21, § 2, van het btw-Wetboek) en is er aan de Belgische btw onderworpen (artikel 2, eerste lid, van het btw-Wetboek). Het voorgaande in acht genomen, is de vrijstelling voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het btw-Wetboek in deze relatie niet meer van toepassing vanaf 1 september.

De btw-administratie heeft beslist om de inwerkingtreding van de beperking van de btw-vrijstelling voor vervoer gerelateerd aan export, op te schorten. De wijziging werd aanvankelijk verschoven van 1 januari naar 1 april en nadien naar 1 september 2022. Om een uniforme toepassing tussen de lidstaten te verzekeren, werd recent beslist om verschillende Europese instanties te consulteren over deze problematiek. In afwachting van de resultaten van die consultaties, wordt de inwerkingtreding nu dus opgeschort. Onderaannemers zullen voorlopig dus nog verder met vrijstelling kunnen factureren!

Gerelateerd aan:

Hebt u meer vragen? Een aanvraag indienen

Artikelen in deze sectie

Vind je niet wat je zoekt?

Het TLV team staat voor je klaar!
Een aanvraag indienen